Hotel op z'n Fidders
De huizen in de Koningin Wilhelminastraat liggen
in de rustige wijk Veerallee op loopafstand
van het historische centrum van Zwolle,
het station en de destijds drukbevaren Willemsvaart.
De straat ligt evenwijdig aan de Prins Hendrikstraat,
waar de huizen eveneens zijn voorzien
van zuivere Art Nouveau elementen
en Jugendstil kenmerken,
zoals de prachtige tegeltableaus in de gevels.

De Koningin Wilhelminastraat en de Prins Hendrikstraat zijn tegelijkertijd 
gebouwd en waren de eerste twee straten in de wijk Veerallee, destijds omschreven als ‘elitebuurt’. Alle veertien panden aan de Koningin Wilhelminastraat zijn
door de overheid aangewezen als Rijksmonument. Ze van algemeen architectuurhistorisch en stedenbouwkundig belang vanwege de zeer zuivere Art Nouveau bouwstijl en de zeldzaamheid
in Overijssel van een gehele straatwand met Art Nouveau panden die in één keer is ontworpen.
De 4 statige woonhuizen waarin Hotel Fidder is gehuisvest zijn ontworpen door de toonaangevende architect G.B. Broekema uit Kampen.
Gebouwd in de periode 1905-1906 in de Art Nouveau bouwstijl.
Met de aankoop van een pand om er een hotel te beginnen,
in juist de Koningin Wilhelminastraat deden de
Fidders een gouden greep. De huizen in de wijk die aan het
begin vorige eeuw voor de gegoede burgerij gebouwd werd,
hebben bijzonder elegante Jugendstil gevels. Zo bijzonder
én ongeschonden dat de buurt als Rijksmonument is aangemerkt.

Vader Fidder zag er een uitdaging in het hotel in te richten
met meubels uit dezelfde tijd als het imposante exterieur.
Op zoek naar bijzondere meubelen werden antiquairs en
veilingen bezocht. Maanden was hij in
de weer om precíes dat ene behang op te sporen.
Antieke hemelbedden werden eigenhandig
verlengd zodat ook de langere mens van een
goede nachtrust kon genieten.
Het resultaat van zijn inspanningen is een interieur dat,
hoewel niet stijlvast, een uitgesproken eigen sfeer heeft.

De lounge met de Perzische tapijten, de donkere antieke
meubelen en de altijd brandende kaarsen; de verschillende
trappenhuizen; de 21 gastenvertrekken (de paarse ,
de blauwe, alle kamers zijn anders) - voor Patrick en Daniëlle
Fidder is het het terrein van hun jeugd. Ze wóónden in het
hotel en Patrick die met behulp van zijn zus tegenwoordig
de scepter zwaait, doet dat nog.

Ook gasten voelen zich thuis. Zo was er eens een jongeman
die doordeweeks in de regio verbleef, verschillende hotels
probeerde om voor Fidder te kiezen. Toen hij na vier jaar
ging trouwen voelde het alsof hij ‘uit huis ging’. Voor hemzelf,
en ook voor het hotel. En dit is slechts één verhaal...